Maurits Dekker en Daniel Belinfante

Een zoon van Roelof Dekker en Schoontje Moeijon was Joël Dekker. Hij trouwde met Betje Turksma in 1895 in Leeuwarden.
Het echtpaar kreeg twee kinderen: Maurits en Martha.

Maurits was letterkundige. In 1930 vertaalde hij het meesterwerk van Herman Hesse “De Steppenwolf”. Hij ageerde in 1936 tegen de Olympische spelen in Berlijn.

Wegens belediging van een bevriend staatshoofd in zijn brochure ‘Hitler, een poging tot verklaring’, werd hij door de rechtbank in Amsterdam in 1938 veroordeeld tot een boete van 100 gulden. Maurits vertrok vervolgens naar de VS en de boete werd door een Nederlandse Amerikaan, Hendrik Willem van Loon, betaald.

Joels dochter Martha trouwde met Daniël Belinfante een begaafd componist. Zijn werk werd door de Duitsers als “entartet” beschouwd en veel van zijn partituren zijn verloren gegaan. Daniel was actief in het verzet en weigerde de Davidsster te dragen.

Daniël werd op 19 augustus 1942 door de politie opgepakt en ging via de Zentralstelle naar de Joodsche Schouwburg. Vanuit Westerbork ging hij naar Auschwitz. Hier werd hij in de steenkolenmijn te werk gesteld. Dit werd bij nadering der Russen in brand gestoken door bataljon Wehrmacht, dat hiervoor speciaal kwam. Geen joods mens mocht eruit.